Opgraving Short Stirling op Markermeer in volle gang

16 september 2020 10:30

Door Marcel Beijer

ALMERE – Op de kade langs de Oostvaardersdijk is een lange tafel neergezet met daarop onderdelen van de Short Stirling BK716 die tijdens de Tweede Wereldoorlog is neergeschoten: een tip van de rechtervleugel, een deel van een schuttersraampje, maar ook het landingsgestel en een propeller. De aanblik maakt een beetje verdrietig: in dit vliegtuig vonden de zeven bemanningsleden de dood.

De onderdelen zijn de afgelopen weken boven water gehaald en maken één ding duidelijk: het neergeschoten toestel is 100 procent zeker de Short Stirling BK716. Aanvankelijk was men er van overtuigd dat op de bodem van het meer de Short Stirling BK710 zou liggen, maar dat verhaal kan overboord. Het is definitief de BK716. Dat werd al enigszins duidelijk toen vorig jaar een sigarettenkoker werd gevonden met de initialen van een bemanningslid die niet overeenkwamen met de bemanning van de BK710, maar wél van de BK716.

Kogelgaten

Op de tafel met opgegraven onderdelen ligt een stuk beplating waarin kogelgaten zitten, maar waar ook duidelijk BK716 op geschreven staat. Zowel verdrietig als een opluchting, want er is duidelijkheid: het ís inderaad de BK716 en hij ís neergeschoten. Ook een gevonden motorblok hoort bij de BK716. "Gelukkig haalden we die als eerste boven water", zegt Arie Kappert, majoor Buiten Dienst. "Want daarmee hadden we 100 procent bewijs. Een tweede motorblok dat we boven water haalden stond namelijk niet geregistreerd als onderdeel van de BK716. Als we die als eerste boven water hadden getrokken, was er nog enige tijd onzekerheid geweest. Maar in de oorlog werden wel vaker motoren vervangen. Er was niet altijd tijd en gelegenheid om dat netjes te registreren."

Neergeschoten

Op het Markeermeer, vlakbij het gemaal Blocq van Kuffeler, graaft Defensie een gebied van 75 bij 75 vierkante meter af. Kappert: "Het toestel kwam die dramatische nacht terug van een bombardement boven Berlijn. Boven het Markermeer is hij van onderen neergeschoten en met een vaart van meer dan 200 km/u op het water geknald. Het toestel ligt dus niet als één geheel op de bodem, maar de brokstukken liggen verspreid over een groot gebied. En dat blijkt ook wel."

8 millimeter

In het afgezette gebied wordt gewerkt op twee pontons die zover mogelijk afstand van elkaar houden. "Dat doen we vanuit veiligheids-oogpunt", zegt Kappert. "Het ziet er weliswaar naar uit dat de bemanning alle bommen heeft afgeworpen, maar dat weten we niet zeker. Mócht er nog munitie aan boord zijn én het explodeert, dan is het personeel op het andere ponton veilig."

Op het ene ponton graaft een machine de zeebodem af. Via GPS kan de bodem tot zo'n vijf meter diepte worden geïnspecteerd met 5 centimeter nauwkeurigheid. De opgegraven blubber, met daarin mogelijk onderdelen van het toestel, wordt dan naar het tweede ponton gevaren waar het door een zeef wordt gehaald. "Die zeef filtert onderdelen vanaf 8 millimeter eruit. We hebben bijvoorbeeld ook een heel klein tangetje gevonden."

Stoffelijke resten

Kappert wil nog niet zeggen of er ook al stoffelijke resten zijn gevonden, want het is bijna zeker dat alle bemanningsleden nog in het toestel zaten toen het neerstortte. "Ik mag daar niets over zeggen. Als we iets vinden moeten we het eerst kunnen identificeren en daar ook weer 100 procent zekerheid over hebben. Dan krijgen eerst de nabestaanden het te horen. We hopen natuurlijk wel dat er duidelijkheid komt. We doen dit werk om de nabestaanden zekerheid te kunnen geven."

Op een ponton ligt een gevonden motorblok. (Foto: Fred Rotgans)

De bemanning van de BK716 (Foto: Aircrewremembered/Steve Smith)