HoeksteenNiets

02 maart 2011 06:00

Door Marcel Beijer


Hij zong haar zorgen naar de hemel. Elke dag stond er een bijzondere maaltijd op tafel. Hij deed de boodschappen, gaf de planten water. Elke vrijdag een vers boeket.
Voor het weekend, voor haar.
Ze was alles voor hem.
Hij schonk haar vertrouwen als ze, neerslachtig van onzekerheid, weer eens twijfelde aan zichzelf. Aan de wereld. Hij kuste haar koude rillingen warm.
Ze was alles voor hem.
Hij beurde haar op wanneer collega's kritiek op haar werk hadden.
Hij maakte verse cappuccino, veegde het straatje schoon, lapte de ramen.
Ze was alles voor hem.
Waar hij ook ging: hij dacht aan haar, ook op haar dag van storm. Hij zette zichzelf opzij en hield haar uit de wind.
Ze was alles voor hem.
Kan een man té lief zijn? Gaf hij een overdosis aandacht?
Ze was alles voor hem.
Hij was niets voor haar.
Alles werd niets toen hij voor zijn werk in een ver hotel zat.
Een week ver weg van alles, hoorde hij niets van haar.
Slechts één sms: 'in welke stad zit je ook al weer?'
De schreeuwende leegte in zijn eenzame hoofd
kwam van niets.