Hoeksteen

03 september 2008 07:00

Uncle Henk

Door Marcel Beijer
Uncle Henk is na de oorlog geëmigreerd naar Amerika. De hoogbejaarde oom is waarschijnlijk voor de laatste keer in Nederland. Daarom is er een familiereünie georganiseerd. Debby en Koen kennen de oom nog vaag van zijn vorige bezoek.
Het is een emotionele reünie. Ron, de jongere broer van Henk, houdt een speech waarin hij met verstikte stem het woord voert. De woorden komen haperend.
Met grote armgebaren en gebroken stem vertelt de broer hoe blij hij is dat Henk op zijn leeftijd nog één keer de Atlantische oceaan is overgekomen. Henk luistert met vochtige ogen en realiseert zich dat dit zijn laatste bezoek aan zijn familie en vaderland zal zijn.
Als Ron is uitgesproken vallen de broers elkaar in de armen. Het gesnik van de grote kerels is duidelijk hoorbaar. De overige familieleden kijken het tafereel zwijgend aan. Hier past even geen goed bedoeld woord of relativerende grap.
In de zwijgende huiskamer staat Koen op van zijn stoel en zoekt de schoot van zijn vader. De mondhoeken hangen naar zwaar naar beneden.
"Gaat het goed?", fluistert Bram in zijn oor.
Die schudt zijn hoofd. "Ik vind dit zóóóóóóó zielig voor Henk en Ron."