Hoeksteen

22 oktober 2008 07:00

Door Robert Mienstra


Mannetje

Ik ben met Sjoerd bij het grofvuilstation op de Vaart.
"Weet jij waar alles moet?", vraagt hij mij.
"Geen idee", zeg ik. "We vragen het wel aan die mannetjes die bij de bakken staan."
Sjoerd opent de achterklep en we kijken peinzend naar een vage berg.
"Hij stinkt een beetje", zeg ik.
Een van de mannetjes komt naast ons staan. "Dat moet uitgezocht en gesorteerd worden", klinkt het streng. "Hout bij hout, ijzer bij ijzer enzovoort. En sorteer het in het vervolg thuis eens netjes uit."
Achter ons parkeert een Audi. Het mannetje snelt toe. Een brede glimlach siert zijn gezicht.
Als het blonde rokje uitstapt snappen wij waarom. Het mannetje steekt de handen uit de mouwen en in mum van tijd is de Audi leeg.
"Voor zo'n stralende glimlach zou ik het ook doen", zucht Sjoerd. "En wat een benen."
"Staan we hier te vergaderen?", roept het mannetje ons toe.
"Die is aan de beurt", bromt Sjoerd.
"Waar moet dit?", vraagt hij terwijl hij een zware, onduidelijke zak omhoog houdt.
"Wat zit er in?", roept het mannetje.
"Een ambtenaar", gnuift Sjoerd pesterig. "Die moet vast daar beneden bij de koelkasten enzo."
Het mannetje kijkt hem verbouwereerd aan.
"Ambtenaren met een giftige tong", grijnst Sjoerd, "da's toch typisch een gevalletje van chemisch afval."