Hoeksteen

17 december 2008 08:00

Door Robert Mienstra

Jopje

"Hij is echt op", zegt dierenarts Gerrit hoofdschuddend. "Gaat hij vanavond niet, dan gaat hij vannacht of morgen. Of overmorgen."
Onze Friese stabij Jop ligt op de behandelingstafel.
Met diepblauwe ogen kijkt hij me aan.
Ik weet wat er gaat gebeuren, lijkt hij te zeggen.
En ik weet het ook. Uiteindelijk ben ik de lafaard die hem in de steek laat.
Dertien jaar was hij mijn steun en toeverlaat.
"Zullen we hem maar helpen?", vraagt de dierenarts.
"Helpen?", snotter ik.
Gerrit knikt. "Ik breng hem eerst in slaap en daarna geef ik hem een injectie."
Ik houd de kop van Jopje in mijn handen. Alles ademt angst.
Bij hem en bij mij.
En weer die bijna dwingende, wanhopige, blauwe ogen die de mijne zoeken.
Even later slaapt hij.
Zijn snuit is nat van mijn tranen.
Gerrit scheert zijn poot kaal en dient de injectie toe.
Samen voelen we hoe het hart van Jopje de strijd staakt.
Gerrit zucht diep.
Ik vraag om een zakdoek.
Zwijgend verlaat ik de behandelkamer.
Nog een keer kijk ik om.
Jopje! Kom!, wil ik als vanouds roepen.
Dan hang ik de riem om mijn nek, open de deur en loop de regenachtige avond in.