Bouwopgave Noordvleugel onveranderd actueel'Het is tijd voor klare wijn'

26 oktober 2011 05:00

ALMERE - Uit onderzoek blijkt dat “de lange termijn woningbehoefte prognose voor de Noordvleugel – in relatie tot de opgave voor Almere – houdbaar is." Dat staat in een brief die de ministers Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) en Donner (Binnenlandse Zaken) gisteren naar de Tweede Kamer stuurden.

“De groei van het aantal huishoudens brengt een toename van de woningbehoefte met zich mee. In termen van aantallen woningen (…) komt deze behoefte neer op een toevoeging van bijna 440.000 woningen aan de huidige woningvoorraad in de Noordvleugel tot 2040, waarvan ruim 300.000 in de Metropoolregio Amsterdam. Voor Almere laat dit zich vertalen in een uitbreidingsbehoefte van de woningvoorraad met iets meer dan 70.000.”
Volgens Adri Duivesteijn, wethouder Duurzame Ruimtelijke Ontwikkeling in Almere, is het nu tijd voor klare wijn. “De woningnood wordt met de dag groter. Het is ‘alle hens aan dek’, concluderen de onderzoekers. Het is dan ook essentieel dat de overheid alles op alles zet om die enorme woningbehoefte – nu en later – op te (kunnen) vangen. Dat vergt heldere, toekomstbestendige beslissingen, op de zeer korte termijn.”
Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van een motie van het Tweede Kamerlid De Rouwe (CDA), die zich afvroeg of de woningbouwbehoefte waar altijd mee is gerekend, ook in tijden van crisis en krimp, houdbaar is. Vorige week werd, naar aanleiding van onderzoek dat het Planbureau voor de Leefomgeving en het Centraal Bureau voor de Statistiek eerder uitvoerden, reeds bekend dat de opgave onverminderd actueel is. Dat wordt nu, in onderzoek van ABF Research, nogmaals bekrachtigd.

Gefaseerde groei

“Met een onderzoekshorizon tot 2040 speelt onzekerheid altijd een rol”, stellen Schultz van Haegen en Donner in hun brief. “De behoefte in 2040 kan lager of hoger uitvallen. In de besluitvorming wordt daarmee rekening gehouden door de opgave zoveel mogelijk vraaggeoriënteerde op te pakken en worden de mogelijkheden voor organische groei en een adaptieve planning onderzocht.” Duivesteijn is positief over deze omslag. “Als de crisis ons iets heeft geleerd, is het dat de traditionele manier van gebiedsontwikkeling – waarin sprake is van één en ondeelbare plannen – geen toekomst heeft. De Structuurvisie Almere 2.0 is dan ook geen blauwdruk, maar een ontwikkelingsstrategie; we hebben een stip op de horizon geplaatst, waar we stap voor stap naartoe werken.”
“Het onderzoek bevestigt wat we allemaal weten”, concludeert Duivesteijn. “Periodes van hoog- en laagconjunctuur wisselen elkaar af. Juist omdat de groei op de lange termijn doorzet, moeten we nu anticiperen op de periode ná de crisis. Dat betekent dat de overheid verplicht is om (rand)voorwaarden voor groei te creëren – bijvoorbeeld een goede bereikbaarheid –, zodat de markt invulling kan (gaan) geven aan de omvangrijke bouwopgave.”