Aanleg OostvaardersWold afgeblazen

14 maart 2012 06:00

ALMERE - De Raad van State heeft het provinciale inpassingsplan dat de aanleg van het OostvaardersWold mogelijk maakt, vernietigd. Het Inpassingsplan is vernietigd omdat het rijk afspraken met de provincie niet wil nakomen.


Met de aanleg van het OostvaardersWold zouden twee grote natuurgebieden met elkaar verbonden worden: het Natura 2000-gebied de Oostvaardersplassen en het Horsterwold bij Zeewolde. Ongeveer 1.800 hectare landbouwgebied zou omgevormd worden tot natuur. Hiermee wilde de provincie Flevoland een 15.000 hectare groot aaneengesloten natuurgebied van internationale betekenis tot stand brengen.
Tegen het plan van de provincie Flevoland waren veertien agrarische bedrijven en particulieren en de Land- en Tuinbouworganisatie in beroep gekomen.

132 miljoen euro tekort

De Raad van State is van oordeel dat de financiële uitvoerbaarheid van het plan onvoldoende is onderbouwd. Het ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie zou in eerste instantie een bedrag van 240 miljoen euro bijdragen aan de totale kosten van het project. In een brief van 20 oktober 2010 heeft staatssecretaris Bleker de provincie Flevoland echter laten weten dat in het kader van de bezuinigingen, uitgaven die na de datum van de brief worden gedaan, niet meer door het Rijk worden gefinancierd. Afgaande op de 108 miljoen euro die de provincie op dat moment al had uitgegeven voor de aanleg van OostvaardersWold, betekent dit dat een bedrag van 132 miljoen euro niet is gedekt.
Teleurstelling en opluchting

Het Wereld Natuur Fonds (WNF) en het Flevo-landschap zijn teleurgesteld over de uitspraak van de Raad van State inzake het Oostvaarderswold. Deze twee partijen hebben in 2011 een samenwerkingsverband gevormd om het Oostvaarderswold mede te ontwikkelen.
LTO Noord wil ‘een geheel andere aanpak na het debacle OostvaardersWold’. Het einde van OostvaardersWold betekent dat er weer mogelijkheden zijn om de agrarische sector in het gebied te ontwikkelen en versterken, aldus de Land- en Tuinbouworganisatie.
Het college van Gedeputeerde Staten zal de consequenties van deze uitspraak in kaart brengen, met name voor de betrokken grondeigenaren in het gebied.