Avocado en blote voeten

Viereneenhalve maand pas. Vol vertrouwen ligt mijn kleine meisje in mijn armen. Ik aai haar over haar nog vrijwel kale hoofdje en vraag me af hoe de wereld eruit ziet als zij straks twintig is.
Toen ík twintig was, ging ik op zaterdagavond naar het Rembrandtplein. Dansen in rokerige kroegen, bier drinken en als afsluiter naar de New York Pizza in de Leidsestraat.
Tegenwoordig lunch je, als achttienjarige. Bijvoorbeeld in The Avocado Show, waar nergens vet en o-ver-al avocado in zit. Serieus. Van dessert tot cocktail, van hamburger tot taart. Man, wat voelde ik me er oud, toen ik me daar, omringd door een meute instagrammende gezondheidsjongeren, zat te verdiepen in de toekomst van mijn dochter.
Terwijl ik een hap van mijn Avo Poké Bowl nam, appte een vriendin of ik meeging naar ecstatic dance. Nee, ik had er ook nog nooit van gehoord, maar hip is hip, dus op naar de Odessa in Amsterdam. Ik kwam terecht op een hippieschip; geen schoenen, geen alcohol, geen drugs, geen schaamte. Iedereen deed waar ‘ie zin in had. Of dat nu heel uitbundig dansen, alleen wat heen en weer bewegen, of stilstaan in een pijnlijk uitziende yoga-houding was.
Niemand schreeuwde in mijn oor ‘zeg, kom jij hier wel vaker?’, want ook praten was uit den boze. In plaats daarvan stak een aardige, aardig bezwete man, zijn hand naar me uit. In het kader van do-as-the-locals-do (ik voelde me er alsof ik van een andere planeet kwam) legde ik mijn hand in de zijne. En daar gingen we! Ik rolde over zijn rug heen, stak mijn benen in de lucht, hij liet me naar beneden glijden als in een stijldanscompetitie. Ja, ik weet dat dit overkomt alsof ik het verzin, maar het was echt zo. We waren de sterren van de dansvloer, waarop trouwens niemand naar niemand keek, iedereen was extatisch in zijn of haar eigen wereld.
Maar daar bracht ik verandering in toen mijn danspartner me per ongeluk net verkeerd beetpakte. Ik draaide de ene kant op en hij de andere. Ik riep: ‘au!’ Bezorgd keek een aantal twintigjarigen me aan. Er waren hoofdknikjes, woordeloze blikken: ‘gaat het?’ Ik vouwde mijn handen als in een gebed – dat had ik anderen zien doen – en droop af met een licht gekneusde rib.
Het doet pijn, mijn kleine meid oppakken, knuffelen en wiegen. Maar ach meisje, wat ga je een leuke toekomst tegemoet. Natural high in plaats van opgefokte gabber. Als de wereld de komende twee decennia niet snel weer terug verandert, tenminste. Ik druk een kus op haar slapende gezichtje en hoop dat het nog heel lang duurt voordat zij twintig is.
Artikel geplaatst op: 28 mei 2018 - 09:22

Gerelateerd

Delen