Barbecuebasterd

Ilse Ruijters
De marketingtrend van dit moment is barbecue. Grote mannen met Groot Vlees sieren de covers van barbecueboeken. Daarnaast hangen stoere schorten, indrukwekkend gereedschap en cederhouten rookplanken.
Dus toen we afgelopen vrijdag eters kregen (mensen die we hier thuis nog nooit te gast hadden gehad en bij wie ‘het’ dus allemaal goed moest gaan), stelde ik voor om te gaan barbecueën. Hip!
Wat belangrijk is hierbij te vermelden, is dat Bas het er roerend mee eens was. Hij zou het vlees regelen en ik de entourage. ‘Leuk,’ zei ik nog. ‘Want die barbecue gebruiken we nooit.’ Al twee jaar staat dat ding werkloos in de schuur. Geen idee waarom, want in elke man schuilt een barbecueheld, weet ik dus uit de boeken.
Donderdag, toen het onweerde en regende, begon manlief echter terug te krabbelen. ‘We zouden ook alles gewoon op de grillpan kunnen leggen,’ stelde hij voor. Dat was het slechtste plan wat ik ooit had gehoord. Een grillpan en een barbecue zijn toch niet te vergelijken! Nee hoor, als het weer het een beetje toeliet, gingen we gewoon naar buiten, besloot ik. En weer was mijn vent het hiermee eens.
Vrijdagmiddag keek hij echter met een serieuze blik naar zijn windmeetapp. ‘Met deze storm gaat het onmogelijk lukken,’ constateerde hij. Buiten zag ik nauwelijks een blaadje bewegen. ‘Lekker mannelijk,’ bromde ik. En met die woorden toog mijn held naar buiten.
Ik zag hem heen en weer sjouwen met briketten en lucifers. En een fles spiritus. ‘Spiritus?’ dacht ik nog. ‘Daar heb ik mijn vader nog nooit een barbecue mee zien aansteken.’ Maar goed, ik hakte een komkommer, gooide en passant een was in de machine en vond vervolgens een fles wasbenzine in de vuilnisbak. Bas’ gezicht stond ondertussen op onweer. Hij goot een fles thinner over de kooltjes leeg. Heel even was er een steekvlam, maar daarna waaide de barbecue gewoon weer uit.
Ik liep het terras op en vroeg op mijn liefst: ‘gaat het, schat?’ Het antwoord was een afgemeten ‘ja, natuurlijk’. Maar zelfs met ammoniak kreeg hij dat ding niet aan. Ik moest toegeven dat het een stuk harder waaide dan het in de keuken leek. ‘We kunnen anders alsnog de grillpan pakken, hoor,’ probeerde ik nog te helpen. Zijn blik joeg me terug naar mijn snijplank. Hij haalde de jerrycan met benzine voor de grasmaaier uit de schuur.
Ik had bijna geen parasol meer. En bijna geen man. Maar de barbecue brandde tot twee uur die nacht. En onze gasten waren ruim tevreden. Wat mij betreft mag mijn man op de cover van zo’n geil barbecueboek.
Artikel geplaatst op: 28 juni 2017 - 07:00

Gerelateerd

Delen