Plekje

Door Robert Mienstra
We hobbelen met de oude camper de camping op, zoekend naar een rustig plekje.
“Dat lijkt me wel wat”, wijs ik.
“Nee, dat is niks”, schudt mijn vrouw Jessica haar hoofd, “te dicht bij de toiletten."
“Daar dan?”, wijs ik weer.
“Daar staan zes stoelen voor de caravan. Veel te druk”, klinkt het afwijzend.
“Onder die boom”, zeg ik. “Lekker in de schaduw.”
“Dat is aan het doorgaande pad, zit ik de hele dag in de stofwolken.”
Geïrriteerd geef ik een dot gas.
De oude camper braakt een blauwe walm uit.
We maken een tweede rondje over de camping.
“Ik wil niet op een veldje staan”, zegt Jessica, “maar ergens aan de rand van een bos.”
Ik besluit er het zwijgen toe te doen.
In stilte hobbelen we verder.
“Stop”, zegt Jessica. “Ze stapt uit en loopt een open plaats op.”
Zoals gebruikelijk loopt ze uit het zicht van mijn spiegels.
Dan bonst ze op de camper.
Ik draai mijn raampje open.
“Dit is wel een mooie plek”, zegt ze met de handen in haar zij.
Ik spreek mijn veto uit.
“Staan we tussen twee Duitsers in. Er zijn grenzen. En die hebben van ’s ochtends tot ’s avonds de barbecue aan.”
Uiteindelijk wordt het toch een plekje op een veldje.
Voor één nacht.
Artikel geplaatst op: 03 juli 2019 - 09:54

Gerelateerd

Delen