Oud-wethouder René Peeters landelijk op pad voor jeugdzorg

Door Robert Mienstra
ALMERE - René Peeters was acht jaar wethouder voor D66 in Almere voor onderwijs en zorg. Op 31 mei 2018 was zijn laatste dag in het stadhuis. Hoe vergaat het deze oud-wethouder die opviel door een gedegen dossierkennis en politieke strubbelingen, wat doet hij na acht jaar besturen in het politiek bedrijf? Almere DEZE WEEK vroeg het de oud-wethouder.


Twee weken na zijn afzwaaien als wethouder werd Peeters benaderd om te solliciteren naar de functie van voorzitter van het hoofdbestuur van Humanitas. “Let wel, als vrijwilliger”, zegt Peeters, “en weer twee weken later was ik dat al. Tijdens mijn wethouderschap dacht ik al eens aan een functie bij Humanitas, maar dan als thuisbegeleider of als hulp bij administratie van cliënten. En toen was ik ineens voorzitter. Dat werk kost mij gemiddeld een dag per week.”

Samenwerking


Tijdens zijn wethouderschap werd Peeters al gevraagd om presentaties te geven over zijn beleid in Almere betreffende de samenwerking onderwijs, zorg en jeugdzorg. “Toen deed ik dat onder meer voor brancheorganisaties, de PO-raad en de VO-raad. Zij zagen in die tijd dat in Almere ontwikkelingen plaatsvonden die elders nog niet gebeurden.”
Ook twee weken na het beëindigen van zijn wethouderschap kreeg Peeters het aanbod om landelijk onderzoek te doen namens zestien partijen zoals Jeugdzorg Nederland, GGD-Nederland, PO- en VO-raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). “De vraag was wat de belemmerende en bevorderende factoren zijn om te komen tot samenwerking tussen onderwijs, zorg en jeugd. De organisaties zagen dat er meer thuiszitters komen, dat Passend Onderwijs niet zo lekker loopt. Maar ze zagen wel dat er in een aantal regio’s, zoals in Almere, heel mooie dingen gebeurden.”

Adviezen


Peeters voerde 61 gesprekken met tal van branches en schreef een rapport ‘Mét andere ogen’. “Daarin gaf ik zeven adviezen”, vertelt Peeters. “Een belangrijk advies is dat in het onderwijs niet alleen leerkrachten nodig zijn, maar ook andere beroepsgroepen zoals we ook al in Almere deden. Bijvoorbeeld een orthopedagoog op de Watertuin of ambulante jeugdhulp. Kort gezegd, de teams in het onderwijs moeten verbreed worden.”
Het tweede advies was dat die verbreding onder de regie van de gemeente moet. Iedere regio zou een jeugdgrondwet moeten hebben voor een jaar of acht. Daarin formuleert iedere regio zijn eigen doelstellingen. “Dat advies is heel goed gevallen in het land”, zegt Peeters. “Ook in Almere werden de adviezen goed ontvangen.”

Lerende gemeente


“Grappig is dat ik in 2016 bijna weggestuurd was als wethouder in Almere. Naar aanleiding van die clash in de gemeenteraad werden er kwartaalrapportages ontwikkeld. Die bleken niet alleen bedoeld om de wethouder af te rekenen, maar door de rapportages kregen we inzicht in de cijfers waardoor er een lerende gemeente ontstond. We konden acties ondernemen die heel erg pasten bij Almere. Die monitoring zorgde ervoor dat mensen in Almere met elkaar in gesprek gingen. En dat gebeurt nog steeds in de stad.” Ook deze lokale monitoring heeft Peeters in zijn adviezen opgenomen.

Actie


Met het adviesrapport reist Peeters nu het land door, langs congressen om de zienswijzen te promoten en de adviezen gestalte te geven bij gemeenten en regio’s. “Daar mag ik nu leiding aan geven namens de ministeries van OCW en VWS en ik ben nu bezig tien gemeenten en regio’s te selecteren waarin als voorlopers de adviezen geïmplementeerd worden. Er zullen hier en daar regels opgerekt moeten worden. En intern moet er in de gemeentes goed samengewerkt worden.”
Zo heeft inmiddels de legendarische ‘nacht van Peeters’ uiteindelijk niet zijn kop als wethouder gekost maar ‘iets heel moois opgeleverd’. “Nu zeggen veel gemeenten ‘we zijn een lerende gemeente geworden en we willen komen tot een lokale jeugdgrondwet’. In dit plan kan er dan gebruik gemaakt worden uit potjes van zorg, welzijn, veiligheid en onderwijs. Hun budgetten moeten poreuze randen hebben. Als ze zo samen gaan werken, dan komen ze een stuk verder in de preventie van zorg van de jeugd. Bij thuiszitters zou dit bijvoorbeeld veel kunnen opleveren, want kinderen zitten nu thuis omdat er over hun rug heen gevechten plaats vinden over de vraag ‘wie betaalt de hulp’. Als een zorgadviesteam direct kan ingrijpen en hulp kan bieden, dan raak je het thuiszittende kind niet kwijt. Op lagere niveaus kan direct actie worden ondernomen.”

Doorontwikkelen


Voorzitter zijn van Humanitas kost Peeters een dag per week, het uitventen van zijn onderzoek vraagt ongeveer tweeëneenhalve dag. Daarnaast heeft hij nog zijn eigen onderneming Opmaat en Groei. Daarmee geeft hij adviezen aan kinderopvang, onderwijs en jeugd. “Mijn wethouderschap heeft mij veel geleerd”, zegt Peeters, “het is mooi dat ik de ideeën die in die tijd zijn ontstaan, door kan ontwikkelen.”

Artikel geplaatst op: 25 juni 2019 - 08:14

Gerelateerd

Delen