Stadsparken en -bossen worden diverser en insectvriendelijk

Wouter Baack, stadsboswachter legt uit.

Door Robert Mienstra

ALMERE - Onze stad kent veel plantsoenen, stadsparken en stadsbossen. Meer dan menig vergelijkbare stad. Almeerders recreëren er graag en stellen het vele groen op prijs. Wouter Baack, technisch beheeradviseur groen, ook wel de stadsboswachter van de gemeente Almere, vertelt hoe de bossen beheerd worden en wat de ontwikkelingen in het groen van de stad zijn.

(Foto: aangeleverd)


“Wij willen de parken en bossen diverser maken, insectvriendelijk en zeker ook veilig houden”, vertelt Baack. “Daarbij moeten ze optimaal door de bewoners gebruikt kunnen worden.”
Op de Veluwe misstaat een dode boom niet. Maar in Almere kan hij in veel gevallen niet blijven staan omdat er zoveel paden in het Almeerse groen zijn. “Dode bomen halen we dus weg omdat ze een onveilige situatie kunnen geven. We moeten dus beheren in de stad”, zegt Baack.
De stadsboswachter noemt de randen van parken en bossen. “Die zijn heel belangrijk. We zijn al een tijd bezig om een gevarieerde opbouw van die randen te maken met struiken die veelal mooi bloeien. Insecten kunnen daar nectar in vinden en zoogdieren en vogels een schuil- of broedplaats. Aan die randen kunnen we het gras hoger houden omdat die insecten daar weer kunnen schuilen en overwinteren.”

Maaibeleid


Hiermee raakt Baack aan een punt waar verschillend over gedacht wordt. “De ene inwoner wil keurig geschoren gazonnetjes en de ander wil een natuurlijker aanblik. Toch hebben we daar wel beleid op. De veldjes in de wijken maaien we regelmatig, ook om mensen met bijvoorbeeld hooikoorts te helpen. Maar ligt een grasveld wat meer in een parkachtige omgeving of in een bos, dan kan het gras langer blijven. Dat is goed voor het insectenleven. Daar maaien we soms maar twee keer per jaar.”

Inheemse soorten


Doordat in de beginperiode van Almere parken en bossen mechanisch werden aangelegd, zijn er nog veel rijen met dezelfde boomsoorten te zien. “Dat waren destijds vaak essen waar we nu zo veel last van hebben door de essentaksterfte. Destijds was de es een goede keus omdat hij heel goed gedijt op onze grond. Nu kiezen we in de parken en bossen voor een diversiteit van inheemse soorten. Denk aan de iep, meidoorn, sleedoorn, beuk, eik en notenbomen. Dat is ecologisch interessant en het is mooi om in zo’n gevarieerd bos te wandelen en te fietsen”, zegt Baack.

Eik


Over de eik wil hij nog wel wat kwijt. “Ja, de eikenprocessierups. Dat beestje gedijt niet zo goed op eiken in een bos, omdat daar de omstandigheden minder gunstig zijn en er meer natuurlijke vijanden leven zoals de gaasvlieg en de sluipwesp. Staan eiken in een straat, dan ontbreken die vijanden vaak en kan de rups een plaag worden. Inwoners kunnen meehelpen de rups te bestrijden door mezenkastjes op te hangen. Mezen vinden de rups heerlijk.”
Baack verwacht over tien jaar dat de bossen en parken in Almere een gevarieerde opbouw hebben, aantrekkelijk en veilig zijn voor recreanten en dat de insecten er goed kunnen vertoeven. “Er is maar liefst 800 hectare aan bomen in Almere. Tel daarbij de 115.000 bomen in de straten op, dan ligt er een mooie klus. Het is al prachtig groen in Almere, zeker in vergelijking met andere steden. En met ons beleid maken we het nog mooier.”

Artikel geplaatst op: 11 september 2019 - 11:30

Gerelateerd

Delen