Stichting BOT wil RIJP-loods ontwikkelen tot museum voor landbouwmachines

Door Petra Onderwater
ALMERE – De Stichting tot Behoud Oude Technieken (BOT) wil haar onderkomen aan de Von Draisweg graag ontwikkelen tot een museum waar landbouwmachines en werktuigen worden gedemonstreerd. “De gemeente Almere heeft de bruikleenovereenkomst voor de loods tot nu toe echter steeds maar met een jaar verlengd. We hopen dan ook op een meerjarige overeenkomst, zodat wij concrete plannen kunnen maken”, vertellen voorzitter Jaap Roeters en secretaris/penningmeester Jan van Straaten.

 

Deze Steenman maaidorser is één van pronkstukken van de stichting BOT. (Foto: Almere DEZE WEEK)


Bij die plannen is ook Erfgoedpark Batavialand in Lelystad betrokken. “Zij willen hun ontginningsmachines aan ons overdragen, maar op voorwaarde dat deze minimaal vijf jaar hier mogen staan”, aldus Roeters. “In 2016 is hiertoe een intentieverklaring getekend. Als we hier voor langere tijd kunnen blijven, willen we gezamenlijk, in een museale opstelling, onze machines en werktuigen openstellen voor het publiek. Nu kunnen liefhebbers alleen tijdens onze open dagen onze collectie bewonderen. Hoe mooi zou het zijn als we ons terrein konden inrichten als een soort openlucht museum?”

‘Prachtspul’

BOT wil oude technieken behouden voor het nageslacht en zet zich hier al ruim twintig jaar voor in. Na diverse locaties heeft de stichting sinds 2015 haar onderkomen in de oude werktuigenloods van de voormalige Rijksdienst voor IJsselmeerpolders (RIJP). De loods staat vol met grote en kleinere landbouwmachines. Maaidorsers, aardappelsorteermachines, tractoren en maalmolens, maar ook een knalgele Willys Jeep uit 1953. “Die is geschonken door Rijkswaterstaat en is destijds onder meer gebruikt om tijdens de inpoldering over het nieuw ontgonnen terrein te rijden”, vertelt Van Straaten.
Er is een aparte ruimte ingericht voor kleine spullen. Een bonte verzameling van oude gereedschappen, naaimachines, bakelieten telefoons, maalmolentjes en andere oude apparaten. Naast een verkoopautomaat voor postzegelboekjes staat een opgezette kerkuil. “Dat is onze mascotte, want hier nestelt een echte kerkuil”, lacht Van Straaten, wijzend naar de nestkast in de nok van de loods. “We hebben in de loop der jaren heel wat prachtspul verzameld. Een stukje erfgoed, dat een mooi tijdsbeeld geeft en ook kan worden ingezet voor educatieve doeleinden.”

Eerdere museumplannen

Eind jaren negentig leek een museum voor stichting BOT overigens binnen handbereik. ‘Landbouwmuseum over twee jaar open’, kopte de krant De Almare in augustus 1999. “Er was 2 miljoen gulden voor gereserveerd in de meerjarenbegroting. In opdracht van de gemeente was een architect al aan de slag gegaan met een ontwerp”, vertelt Roeters. Hij laat de tekeningen zien, evenals het planboekje ‘Een Plot voor BOT’ zoals dat destijds was ingediend. “Het zag er allemaal veelbelovend uit, tot een nieuw gemeentebestuur de plannen van tafel veegde.” Als alternatief kreeg BOT in 2004 de voormalige koopjeshal aan de Gordingweg ter beschikking. “In 2012 moesten we daar weg omdat die loodsen werden gesloopt, waarna we in de schuur van de RIJP aan de Von Draisweg terechtkwamen. Een toplocatie, die in 2016 zelfs is uitgeroepen tot een van de Iconen van Almere.”

Herbestemming

Of de stichting hier voor langere tijd kan blijven is echter onzeker. In maart 2018 hebben herbestemmings-experts in opdracht van de provincie samen met betrokkenen nagedacht over de toekomst van de RIJP-schuur. “Dit leidde tot drie hoofdontwikkelingen”, vertelt Roeters. “Zo zou de schuur kunnen worden getransformeerd tot een aantrekkelijke verblijfsruimte en worden verplaatst naar bijvoorbeeld de Markerwadden. Of de schuur zou kunnen worden herbestemd tot ‘Pioniershuis’, waar zorg wordt geboden aan de grondleggers van zuidelijk Flevoland, eventueel in combinatie met een museale functie. Maar de schuur kan ook worden ontwikkeld tot een museum waar landbouwmachines van stichting BOT en ontginningsmachines van Erfgoedpark Batavialand getoond worden. Wij hopen uiteraard dat we dit kunnen realiseren. Wanneer we hier voor langere tijd kunnen blijven, zien we bij de diverse cultuurfondsen zeker mogelijkheden voor financiering en subsidieverlening.”

Artikel geplaatst op: 22 januari 2019 - 14:15

Gerelateerd

Delen