Maria van Daalen dicht emoties

Door Marcel Beijer
REGENBOOGBUURT – “Op zand met schelpen groeit een tuin, langzaam. / Tussen de werkelijkheid en de wensen / maken we dagelijks ons eigen pad.” Maria van Daalen leest de laatste frases uit haar sonnet ‘Almere’ voor met gebroken stem. Haar ogen worden vochtig.

Maria van Daalen voor haar woning aan de Sepiastraat. “Poëzie is niet elitair.” (Foto: Fred Rotgans)


“Ik ben zelf best wel trots op deze zin”, zegt ze. “Een sonnet schrijven is een worsteling, een gevecht. Technisch gezien heeft deze zin me hoofdbrekens gekost, maar – in alle bescheidenheid – vind ik hem goed gelukt. Ik heb meerdere mensen gehoord die vinden dat dit sonnet Almere treffend beschrijft. Dan ben ik in mijn missie geslaagd.”
Niet veel Almeerders zullen weten dat in een seniorenwoning in Buiten een dichter van statuur woont. Maria van Daalen publiceert sinds 1989 haar bundels die alom geprezen worden. Daarnaast was zij docent poëzie bij de Rijksuniversiteit van Groningen en aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. Sinds 2005 woont ze in Almere om er nooit meer weg te gaan, zo lijkt het. “Ja, daar ben ik in het ‘Groningse literaire wereldje’ wel om beschimpt. Maar ik wilde daar niet voor niets weg. Iedereen dacht dat ik wel voor Amsterdam als woonplaats zou kiezen, maar nee: het werd Almere. Man, ik ben hier zo gelukkig. Een appartement van zeventig vierkante meter met een tuin. Kom daar in Amsterdam maar eens om. Zelfs in Groningen had ik geen tuin.”


'Paplepel


Afkomstig uit een ‘goed milieu’ kreeg Van Daalen (echte naam: De Rooij) schrijven en lezen met de paplepel ingegoten. “Ik kon op mijn vijfde al lezen en ik was altijd geïnteresseerd in literatuur en poëzie. Nee, daar liep ik op school niet mee te koop. Ik groeide op in de jaren ’50 en ’60, dan is poëzie geen gemeengoed. En zeker niet voor een vrouw. Ik debuteerde pas in 1985 en gaf mijn eerste optreden in 1987 op een Gronings dichtersfestival. Ik was de enige vrouw.”
Van Daalen noemt het haar ‘coming out’. “Alhoewel universitair geschoold durfde ik me toen pas een ‘dichter’ te noemen. Die ontwikkeling ging gepaard met het einde van mijn huwelijk. Ik zat compleet vast bij de man met wie ik een dochter had gekregen. De poëzie heeft me in die periode gered. Niet dat ik mijn zielenroerselen op papier zette. Dan is het een soort zelftherapie. Daar is geen lezer in geïnteresseerd.”


Elitair


Van Daalen waakt er echter voor de poëzie ‘elitair’ te noemen. “Op de gevel van mijn woning staat een gedicht van mij dat over de Sepiastraat gaat. Ik wil dat de hele buurt begrijpt wat ik bedoel. Niks zo erg als de schoolvraag: ‘wat bedoelt de dichter met deze zin?’. Een gedicht moet je voelen. Kunst is niks anders dan het vormgeven van emoties. Zinnen komen bij mij soms gewoon uit de lucht vallen. Dan moet ik er iets mee. Al gebeurt het om vier uur in de nacht. Poëzie is van de mensen. Ik was echt blij toen de rapcultuur voet aan de grond kreeg. Rappers hebben een eigen manier om emoties vorm te geven. Dat is dus kunst.”


Almere


Van Daalen voelt zich een echte Almeerse, al ontbreekt het in de stad aan literaire cultuur. “Maar dat mag je Almere niet kwalijk nemen. De stad is pas veertig jaar oud. Almere is nog bezig om te worden. Dat vormgeven heeft tijd nodig. Ik ben lid geworden van de Kunstenaarsvereniging Flevoland. Een mooie club van zestig mensen. Ik ben ook lid van Arti in Amsterdam. Die club heeft zeshonderd leden. Héél Avant Garde, haha. Dat is niet zoals Almeerders zijn. Al vind ik het heerlijk om in de sociëteit op het Rokin zonder akelige achtergrondmuziek met iemand te kunnen praten.”
Ruimte voor een Almeerse sociëteit is nog te vroeg, denkt Van Daalen. Zou zij daar als gearriveerde dichter niet het voortouw in moeten nemen? Van Daalen: “Ik weet niet of ik daar de energie voor heb. Ik heb overigens wel het één en ander gedaan in Corrosia met Ruud Backx en Ronald Venrooij. En met collega-dichter Hein Walter. Voor de Summerschool in Almere heb ik twee jaar lang poëzieles gegeven met internationale leerlingen. Helaas is dat gestopt. Jammer, want om zoiets te laten groeien is een lange adem nodig.”

Burgemeester


Kunst en cultuur kunnen Almere een ziel geven. Wat zou de erkende dichter Maria van Daalen doen als burgemeester Franc Weerwind persoonlijk een beroep op haar zou doen om een Almeerse literaire sociëteit vlot te trekken? Van Daalen: “Dat is een lastige vraag. Want ja, dan wil ik er geloof ik toch wel mijn schouders onder zetten. Ik weet dat de burgemeester een kunstliefhebber is. Ik heb respect voor die man. Als burgemeester van 200.000 Almeerders herkende hij me tijdens de Nieuwjaarsreceptie van de gemeente. Dat vond ik zo knap. Hij zei ook dat hij mijn werk waardeerde. Voor zo iemand loop je wel een stapje harder.”
IN KADER

ALMERE


De zwanen zwemmen windstil in Almere
Rietkragen fluisteren. Het avondlicht
schildert de grote ruime hemel dicht
met kleurig goud tussen de wolkenveren.
Zilveren vliegtuigen die hoog passeren
worden elk een knipogend landingslicht
een nieuwe ster. De nacht heeft geen gewicht.
Een vleermuis tuimelt langs de coniferen.
Het lijkt zo makkelijk: maak hier een stad.
Gewoon wat huizen, bomen, wegen, mensen.
Het land uit zee ligt open, krijgt een naam.
Op zand met schelpen groeit een tuin, langzaam.
Tussen de werkelijkheid en de wensen
maken we dagelijks ons eigen pad.
Maria van Daalen

Artikel geplaatst op: 25 april 2018 - 12:45

Gerelateerd

Delen